Bij het afsluiten van een hypotheek moet je kiezen voor welke periode je de rente vastzet, of voor een variabele rente die meebeweegt met de markt. Beide opties hebben voor- en nadelen. Hieronder lees je waar je op moet letten.
Vaste rente
Bij een vaste rente spreek je met de hypotheekverstrekker af dat het rentepercentage voor een bepaalde periode, bijvoorbeeld 10, 20 of 30 jaar, gelijk blijft. Dit geeft zekerheid: je maandlasten veranderen niet, ongeacht wat er op de rentemarkt gebeurt. Het nadeel is dat je bij tussentijdse verkoop of oversluiten mogelijk een boeterente betaalt als de marktrente lager ligt dan je vaste rente.
Variabele rente
Bij een variabele rente beweegt het rentepercentage mee met de markt, meestal per maand of per kwartaal aangepast. Dit betekent dat je profiteert van dalende rentes, maar ook risico loopt bij stijgende rentes. Variabele rente ligt vaak lager dan een lange rentevastperiode, maar brengt meer onzekerheid met zich mee voor je maandlasten.
Welke keuze past bij jou?
- Zekerheid belangrijk? Kies dan voor een langere rentevastperiode, zeker als je krap zit met je maandbudget en niet wilt schrikken van hogere lasten.
- Verwacht je binnen een paar jaar te verhuizen? Dan kan een kortere rentevastperiode of variabele rente voordeliger zijn, al blijft dit afhankelijk van de renteontwikkeling.
- Wil je flexibiliteit om tussentijds af te lossen of over te sluiten? Bij variabele rente betaal je meestal geen boeterente bij aflossing.
Er is geen universeel juiste keuze, het hangt af van je persoonlijke situatie, risicobereidheid en de actuele renteverwachtingen. Bespreek de mogelijkheden altijd met een hypotheekadviseur voordat je een definitieve keuze maakt.